Internationale Handelspolitieke Ontwikkelingen 2010 nr. 07 - 19-08-2010

Vereenvoudiging van het Europees landbouwbeleid
Minister Verburg heeft de vereenvoudiging van het Europees landbouwbeleid blijvend op de agenda van de Europese landbouwministers gezet. Minister Verburg presenteerde onlangs namens 22 lidstaten een plan waarin de Europese Commissie gevraagd wordt om permanent vereenvoudiging van de regels en richtlijnen voor te stellen. Volgens Verburg moeten we niet alleen nu vereenvoudigingen doorvoeren voor de periode tot 2013, maar er ook voor zorgen dat bij de hervorming van het Europees landbouwbeleid ná 2013 de administratieve lasten voor agrariërs, bedrijven en overheden minder worden. Vereenvoudiging van het Europees landbouwbeleid moet een leidend principe zijn.

Enige tijd geleden hebben de gezamenlijke EU-lidstaten 39 voorstellen gepresenteerd voor vereenvoudiging van het Europees landbouwbeleid. Daarvan heeft de Europese Commissie er een aantal overgenomen. Volgens Verburg is dat mooi, maar nog niet genoeg: De Europese Commissie heeft een aantal voorstellen afgewezen omdat die politiek lastig liggen. Zij vindt dat deze voorstellen wel behandeld moeten worden en zonodig aan de landbouwministers moeten worden voorgelegd.

Daarnaast stelt de minister voor om ook bij de hervormingsplannen voor het landbouwbeleid ná 2013 vereenvoudiging hoog op de agenda te zetten. Het kan makkelijker, eenvoudiger en beter zonder dat getornd wordt aan een gelijk speelveld voor de ondernemers. Verburg vindt bijvoorbeeld dat, voordat de controles worden uitgevoerd, er eerst een risico-beoordeling gemaakt moet worden en vooral die bedrijven met een hoog risico gecontroleerd moeten worden. De agrariër is geen boekhouder en dat moeten we ook niet van hem willen maken.

Conferentie toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Op de tweedaagse conferentie in Brussel (19 en 20 juli) over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ging veel aandacht uit naar de resultaten van de publieke enquête. Uit bijna 6.000 bijdragen van burgers, landbouworganisaties, denktanks en ngo's blijkt dat de respondenten verwachten dat het GLB bijdraagt tot voedselzekerheid, veilig voedsel tegen betaalbare prijzen en een fatsoenlijk inkomen voor de landbouwers.

EU-commissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling Dacian Ciolos vestigde tijdens de conferentie in Brussel de aandacht op de grote respons waarop het publieke debat over het GLB kon rekenen. In twee maanden leverde de internetbevraging meer dan 5.800 bijdragen op van het grote publiek en daarnaast hebben ook een 80-tal denktanks en 93 ngo's hun standpunt bekendgemaakt.

Meer dan 1.000 antwoorden waren afkomstig van Duitsland en Polen, maar ook het publiek in Frankrijk, Letland, Oostenrijk, Spanje, België, het Verenigd Koninkrijk en Ierland liet zich niet onbetuigd met telkens meer dan 100 bijdragen. Op de eerste dag van de conferentie in Brussel werd een samenvatting van de bijdragen gepresenteerd. De belangrijkste tendens die zich bij de antwoorden aftekent, werd daar toegelicht.

Op de vraag 'Waarom hebben wij een gemeenschappelijk landbouwbeleid nodig?' bleek het veilig stellen van de voedselvoorziening het voornaamste antwoord. Veel burgers, ngo’s en denktanks benadrukten ook het belang van eerlijke concurrentievoorwaarden tussen land- en tuinbouwers, voedingsindustrie en distributeurs. Een andere grote zorg bleek het behoud van de diversiteit van de landbouw op het hele grondgebied van de EU.

'Wat verwachten burgers van de landbouw?' leverde als voornaamste verwachtingen veilige voedingsmiddelen tegen betaalbare prijzen, duurzaam gebruik van de grond en levendige plattelandsgemeenschappen op. Het publiek kreeg ook de vraag 'Waarom een hervorming van het GLB nodig is?' voorgelegd. Om de grote schommelingen van de voedselprijzen aan te pakken en de Europese land- en tuinbouwers een fatsoenlijke levensstandaard te garanderen, was daarop het meest voorkomende antwoord. Voorts om te helpen de uitdaging van de voedselvoorziening van de wereldbevolking aan te gaan, onze capaciteit te vergroten om problemen inzake milieu, kwaliteit en voedselveiligheid aan te pakken, de concurrentiepositie van de landbouw te versterken en het rijke landschap, dat ons gezamenlijk erfgoed is, in stand te houden.

Bij de vraag 'Welke maatregelen hebben wij nodig voor het GLB van morgen?' zijn de meeste respondenten het erover eens dat we onze bestaande mechanismen verder moeten ontwikkelen. Sommigen dringen erop aan meer nadruk te leggen op het betalen van land- en tuinbouwers die collectieve goederen verstrekken, vooral wanneer het om bescherming en behoud van het milieu gaat.

Europese Commissie vordert 265 miljoen aan landbouwsubsidies terug
De Europese Commissie vordert ruim 265 miljoen aan landbouwsubsidies terug van een aantal lidstaten. Tien landen moeten subsidie terugbetalen, omdat er regels zijn overtreden of omdat er via het gebruikte perceelsregister onvoldoende controle was op de landbouwuitgaven. Ruim 223 miljoen euro van het bedrag dat teruggevorderd wordt komt voor rekening van het Verenigd Koninkrijk. De Europese Commissie voert onder meer aan dat het Britse identificatiesysteem voor landbouwpercelen niet naar behoren werkt, dat de controles niet efficiënt zijn en de inkomenssteun en sancties foutief berekend werden

Hongarije moet ruim 12 miljoen terugbetalen. Het grootste deel van dit bedrag hangt samen met het gebruiken van een onjuiste wisselkoers en verkeerd BTW percentage bij een interventieregeling voor suiker. Ook Denemarken, Oostenrijk, Finland, Hongarije, Luxemburg, Slowakije, Slovenië, Spanje en Duitsland moeten geld terugbetalen.

Copa Cogeca: debat met DG-Trade
De voorzitters van Copa-Cogeca, de overkoepelende EU-landbouworganisatie, debatteerden onlangs met Europees commissaris voor Handel Karel De Gucht over de handelspolitiek van de EU. De discussie ging meer bepaald over de impact van handelsakkoorden op de Europese landbouw. Zo uitten ze o.a. hun zorg over de huidige WTO-onderhandelingen en de gesprekken met het Latijns-Amerikaans handelsblok Mercosur.

Copa-Cogeca wees De Gucht erop dat land en tuinbouwsector vaak als pasmunt wordt gebruikt om een handelsakkoord rond te krijgen, wat de sector tot drastische herstructureringen dwingt die niet altijd haalbaar zijn. Verder werd onder de aandacht gebracht, dat de Commissie geen strenge normen kan opleggen aan Europese telers om dan goedkoop voedsel te importeren ongeacht de productiewijze. De Europese landbouworganisatie drong aan op een eerlijke basis voor handel.

Volgens de Gucht biedt de multilaterale aanpak binnen de WTO waarbij 153 landen samen afspraken maken, belangrijke voordelen tegenover bilaterale afspraken tussen twee landen of regio’s. Maar zolang het WTO-overleg niet opschiet, blijft de EU bilateraal onderhandelen over een verdere vrijmaking van de handel. De Gucht ziet in de vele bilaterale onderhandelingen die de EU voert, een breekijzer om de WTO-onderhandelingen vooruit te helpen. Hij gaf toe dat dergelijke bilaterale akkoorden vaak negatief uitdraaien voor de land en tuinbouwsector.

De Gucht gelooft dat de politieke wil er is om de WTO-onderhandelingen tot een goed einde te brengen. Het knelpunt is volgens de EU-commissaris de vraag van de VS naar extra markttoegang voor hun industriële producten op de markten van opkomende economieën China, India en Brazilië. Die landen zijn niet bereid bijkomende toegevingen te doen. Ook de EU wil de onderhandelingen afronden op basis van wat vandaag op tafel ligt.

Volgens De Gucht kan er van de EU niet worden verwacht dat zij nog meer bijdraagt aan de onderhandelingen. De EU heeft al heel wat inspanningen geleverd op het vlak van landbouw. De Midterm Review van 2003 heeft de handelsverstorende subsidies drastisch omgevormd naar ontkoppelde bedrijfstoeslagrechten die de handel minimaal verstoren. De EU heeft zich ertoe verbonden om de exportsubsidies af te schaffen als er een WTO-akkoord komt. Bovendien is de EU bereid sterke tariefdalingen te aanvaarden, die moeten resulteren in meer toegang tot de EU-markt voor de andere WTO-leden.

Het grote risico voor de EU bestaat erin dat de opkomende economieën toegeven aan de vraag van de VS voor extra markttoegang voor industriële producten, maar in ruil extra toegevingen wensen op het vlak van landbouw. Volgens de Gucht ligt dit voor de EU zeer moeilijk. Er moet dan gekeken worden of er extra inspanningen mogelijk zijn op het vlak van de resterende, handelsverstorende Europese subsidiëring via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Van extra markttoegang tot de Europese markt kan geen sprake zijn.

Wijziging triggervolumes
In overeenstemming met de WTO-regels en op basis van de meest recente statistische gegevens, heeft de Europese Commissie (EC) de triggervolumes herberekend voor appelen. Met ingang van 1 september 2010 gelden de volgende hoeveelheden:

Product 

Periode 

Triggervolume (ton)

Voorheen (ton) 

Appelen

1 januari - 31 augustus
1 september - 31 december

1.262.435
95.357

829.840
884.648


Indien meer producten worden ingevoerd dan de vastgestelde triggervolumes en de invoerprijs van een product aanzienlijk onder de entreeprijs ligt, dan kan de EC besluiten een extra invoerrecht vast te stellen.

Estland: invoering euro
Estland wordt de 17e EU-lidstaat die de euro als officiële munt gaat invoeren. Het besluit dat half juli door de Ecofin-Raad is genomen, maakt de weg vrij voor de Raad om de juridische handelingen te verrichten, die nodig zijn voor de invoering van de euro in Estland met ingang van 1 januari 2011. De definitieve wisselkoers is vastgesteld op 15,6466 kroon voor 1 euro. Van de in 2004 toegetreden 10 nieuwe lidstaten zijn er tot op heden vier toegetreden tot de eurozone: Slovenië (2007), Malta en Cyprus (2008) en Slowakije (2009).

Europese Commissie: analyse van agrarische markten
De Europese Commissie heeft een tender uitgeschreven voor partijen die gegevens willen verzamelen over landbouwbeleid, agrarische markten, handel en transport. Voor het project, waar 4 jaar voor wordt uitgetrokken en dat in 5 delen is opgeknipt, is in totaal 1,17 miljoen euro gereserveerd. Tot 1 oktober bestaat de mogelijkheid om in te schrijven.

De vijf delen die worden onderscheiden zijn:

  1. Analyse van landbouwpolitiek en agrarische markten.
  2. Verzamelen van handelsdata.
  3. Verzamelen van informatie, nieuws en marktgegevens uit de landbouw.
  4. Verzamelen van marktinformatie en marktontwikkelingen op de wereldmarkt voor agrarische producten.
  5. Verzamelen van informatie over landbouwtransporten.


Details over de tender zijn te vinden op de website van de Europese Commissie.

België: exportvergunning peren naar China
De Belgische Fruitveiling (BFV) heeft dit jaar een exportvergunning gekregen om conférenceperen vanaf het najaar naar China te exporteren. De eerste peren die naar China vertrekken, komen uit het Oost-Vlaamse Waasland en niet uit het Limburgse Haspengouw, nochtans de fruitstreek van het land.

Volgens de Belgische Fruitveiling (BFV) is dit een bewuste keuze. De Chinese fruittelers willen hun boomgaarden vrij van bacterievuur houden. Chinese inspecteurs zullen daarom controles uitvoeren in België. 2010 is een testjaar en de exporthoeveelheid naar China is met 1.000 tot 3.000 ton relatief beperkt. Daarom is er in eerste instantie gekozen om alleen in het Waasland een bacterievuurvrije zone aan te wijzen.

In de gemeenten Sint-Niklaas, Sint-Gillis-Waas, Beveren en Zwijndrecht werd een eerste zone geselecteerd die vrij is van bacterievuur en dus geschikt als productiegebied voor de Chinese peren. Volgens de BFV was dat evengoed mogelijk geweest in Haspengouw, maar de natuurlijke buffer van de Schelde, maakt de fytosanitaire opgave in het Waasland eenvoudiger.

OESO: fytosanitaire risico’s bij import sierteelt
De organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft een kosten-batenanalyse uitgevoerd naar aanleiding van door de EU verscherpte importeisen. Uit deze analyse blijkt dat de fytosanitaire risico’s bij de import van bloemen en planten erg beperkt zijn en derhalve de steeds strengere fytosanitaire eisen nauwelijks rechtvaardigen.

Nederland geldt qua omzet nog altijd als de grootste exporteur, maar wordt snel gevolgd door o.a. Colombia, Ecuador en Kenia. Deze landen hebben een (sub)tropisch klimaat. De risico’s op fytosanitaire problemen zijn daardoor groter. Cijfers zijn echter nauwelijks voorhanden. Aangezien Nederland een grote re-exporteur is kan, volgens de OESO, de gezondheid van de producten die via Nederland op de markt komen als voorbeeld dienen.

Uit cijfers blijkt dat in 99,66 procent van de gevallen de bloemen en planten gezond zijn.

VS verwacht 100 % screening luchtvracht medio 2013
De US Transportation Security Administration (TSA) verwacht pas over drie jaar alle inkomende luchtvracht op passagiersvliegtuigen in de VS te kunnen screenen. Op papier geldt er sinds 1 augustus 2010 een verplichting om alle luchtvrachtzendingen op binnenlandse en passagiersvluchten uit het buitenland te screenen, maar de TSA loopt hopeloos achter op de invoering van ambitieuze security-programma.

Volgens bronnen binnen de TSA kan nu ruim 60 procent van alle luchtvrachtzendingen worden gescreend met honden en scanapparatuur. Het duurt nog zeker tot het midden van 2013 tot er sprake is van een situatie waarbij alle zendingen worden gescreend.

Voor nadere informatie over de onderwerpen in deze nieuwsbrief kunt u zich wenden tot: Theo van Bemmel van de afdeling M&I, Unit Internationale zaken, telefoonnummer : 079-34 70 801, e-mail: t.vanbemmel@tuinbouw.nl.