Hieronder vindt u het antwoord op de vraag die u misschien wilt stellen. De vraagbaak biedt u de mogelijkheid om vragen te stellen over tuinbouwzaken in het algemeen en over het Productschap. U krijgt binnen 24 uur een reactie op uw vraag.
Staat uw vraag er niet bij? Maak dan gebruik van het contactformulier.
Nee. Op grond van een registratieverordening is iedere teler/kweker, handelaar, fabrikant, hovenier of ieder andere onderneming waarvoor het Productschap Tuinbouw is ingesteld, verplicht zich te (laten) registreren bij het Productschap.
Ja, dat kan. Alle brancheorganisaties uit de tuinbouwsector zijn in de diverse sectorcommissies vertegenwoordigd. Indien u lid bent van een brancheorganisatie (bijvoorbeeld LTO), kunt u via uw vertegenwoordiger die zitting heeft in de sectorcommissie, uw wensen of op- en aanmerkingen kenbaar maken. De sectorcommissie bepaalt zelf waaraan het geld wordt uitgegeven. Als u geen lid bent kunt u zelf of als groep gelijkgestemden onderzoeksaanvragen indienen. Deze aanvragen worden door het Productschap onder andere op haalbaarheid beoordeeld.
Nee. Contractteelt valt niet buiten de heffing. Wel kan het zijn dat niet u maar de andere partij de heffing in rekening gebracht krijgt. Bepalend is dat degene die het teeltrisico draagt ook degene is die de heffing verschuldigd is. Wie het teeltrisico draagt hangt af van de omstandigheden per geval. In het algemeen zal bij een vergoeding per afgeleverd product degene die de teelthandeling verricht ook degene zijn die de heffing verschuldigd is.
Ja. Met ingang van oogstjaar 2005 (1 juni 2005) is de handelskaart afgeschaft. Voor het aangiftejaar 2009 betekent dit dat alle verkopers 1% doorberekenen aan de afnemers. Achteraf volgt een rekening van 2%. Per saldo betaalt de verkoper/teler 1%.
Niet volledig. Hoewel de regelgeving aangeeft dat de heffing berekend moet worden over de bruto-omzet, probeert het Productschap hier zoveel mogelijk rekening mee te houden door een restitutie te geven indien er sprake is van extreme toegevoegde waarde. Dit betekent dat u over de inkoopwaarde van deze luxe artikelen restitutie kan aanvragen. Benadrukt wordt dat bijvoorbeeld arbeidskosten die met deze extreme toegevoegde waarde verband houden NIET mogen worden afgetrokken. Om in aanmerking te komen voor deze restitutie dient enige bewijslast aangeleverd te worden in de vorm van inkoopfacturen. Voor verdere informatie over deze restitutievorm kunt u terecht bij onze medewerkers van de unit Handel & Heffingen.
Nee, niet op het gebied van Technisch Onderzoek. De afdeling Onderzoek van PT houdt zich uitsluitend bezig met het coördineren van het tuinbouwonderzoek en voert dus zelf geen onderzoeksprojecten uit. Binnen PT doet de Stichting Marktonderzoek Tuinbouw overigens wel zelf (markt)onderzoek uit.
Op deze website is een database geplaatst met de projecten die met financiering uit PT middelen worden uitgevoerd. U vindt deze database hier. In de database staan de desbetreffende gewassen en uitvoerders vermeld, alsmede het projectnummer waaronder het onderzoek bekend staat. U kunt hier 'doorklikken' naar een projectbeschrijving en samenvatting van de resultaten. Voor bij PT aangesloten ondernemers komt na afronding van een project ook het complete eindrapport via de website beschikbaar. Voor meer details kunt u contact opnemen met de onderzoekscoördinator of met de uitvoerder van het onderzoek.
Op diverse plaatsen kan onderzoek in uitvoering worden gelegd. Het leeuwendeel vindt plaats bij PPO (v.h. de proefstations). Daarnaast worden er projecten uitgevoerd door de diverse DLO instituten, TNO, universiteiten, DLV en DLV Facet, particuliere onderzoeksbureaus en geprivatiseerde proeftuinen als Zwaagdijk.
Voor het indienen van projectvoorstellen dient u gebruik te maken van het format projectvoorstel. In de bijbehorende toelichting leest u waar u rekening mee dient te houden. U vindt het format en de toelichting onder de kop Projecten.
Met ingang van 2000 is op verzoek van de sectorcommissie de aangifte versimpeld. Dit hield onder meer het afschaffen van alle aftrekposten in. Eén belangrijke uitzondering was de aftrek van vrachtkosten, deze werd zelfs versoepeld: Alle van toepassing zijnde vrachtkosten kunnen, mist aantoonbaar in de administratie, in aftrek worden genomen. Overigens is tegelijk met de afschaffing van de andere aftrekposten ook het toenmalige heffingspercentage met ruim 25% verlaagd.