Equivalentie (bodembalans) voor de open teelten

Beschrijving: 

Het ontwikkelen van een eenvoudig betrouwbaar en door de overheid erkende tool waarmee telers zelfstandig verantwoorde keuzes kunnen maken voor toedinening van Nitraat, Fosfaat en organische stof en waarbij telers niet alleen de milieudoelstellingen halen maar waarmee men ook de bodemvructbaarheid in tact laat.

Resultaten: 

In het Nederlandse mest- en mineralenbeleid wordt, naast  generieke maatregelen per regio, ruimte geboden voor maatwerk in de vorm van equivalente maatregelen. LTO Nederland is in 2014 een project gestart om als sector Open teelten equivalente (gelijkwaardige) maatregelen uit te werken. Het project is uitgevoerd in samenwerking met  de Nederlandse Akkerbouw Vakbond en mogelijk gemaakt door financiering van het Productschap Akkerbouw en het Productschap Tuinbouw.  In eerste instantie is een inventarisatie gedaan van mogelijke maatregelen die vanuit de praktijk zijn voorgesteld. Op basis daarvan heeft Wageningen UR (WUR) met het WOG-WOD model diverse maatregelen doorgerekend qua milieueffect. Voor enkele maatregelen is aangetoond dat de gewenste milieukwaliteit gehaald wordt. Dat wil zeggen dat met een hogere stikstof (N)  en/of fosfaat (P) gift, geen zwaardere milieubelasting optreedt.

Over de exacte definitie van equivalentie en diverse maatregelen is veelvuldig overlegd met het Ministerie van Economische Zaken. Als eindresultaat is begin 2015 aan het Ministerie verzocht om een drietal equivalente maatregelen dat teeltseizoen te implementeren in de regelgeving. De voorgestelde equivalente maatregelen zorgen voor ruimte om te ondernemen in de plantaardige sectoren, ruimte voor goed bodembeheer en voor een verbetering van de milieukwaliteit. De voorgestelde maatregelen zijn:

a)     Opbrengstafhankelijke extra gebruiksnormen

  1. Voor pootaardappel, consumptieaardappel, zetmeelaardappel, suikerbiet, wintertarwe, zomertarwe, wintergerst, zomergerst, wintergerst, maïs, bloemkool, broccoli, sla, prei, spinazie, andijvie, winterpeen/waspeen en zaaiui
  2. Indien een ondernemer de voorgaande drie jaar hogere opbrengsten heeft gehad ten opzichte van bepaalde grenswaarden,  kan hij een extra stikstof- en/of extra fosfaatnorm hanteren conform vaststaande tabellen.

 b)    Vervanging drijfmest door KAS/mineralenconcentraten/dunne fractie

  1. voor alle open teelten.
  2. Indien een ondernemer geen of minder drijfmest toepast, kan hij een extra stikstofnorm hanteren conform een vastgestelde tabel.

 c)     Rijenbemesting in maïs.

  1. Indien een ondernemer rijenbemesting toepast, waarbij de meststof regelmatig over de rijen wordt verdeeld, kan hij een extra stikstofnorm hanteren van 30 kg N per hectare en tegelijkertijd een extra fosfaatnorm van 10 kg per hectare.

 Bij alle maatregelen zijn voorwaarden van toepassing bepaald, waarmee toepassing te borgen is. Voor de maatregelen is een rekentool ontwikkeld, waarmee ondernemers bedrijfsspecifiek kunnen bepalen of equivalente maatregelen voor hen toepasbaar en effectief zijn.

Implementatie van de drie equivalente maatregelen is anno mei 2016 helaas nog niet gerealiseerd. Het Ministerie van EZ heeft aangekondigd de benodigde wijzigingen in de regelgeving aan de Europese Commissie voor te leggen in het kader van een technische notificatie. Eventuele goedkeuring van de maatregelen zal dus nog minimaal tot september 2016 op zich laten wachten.

Water, Bodem & Bemesting project

Project details

Projectnummer: 
15082
Begindatum: 
19-08-2014
Einddatum: 
01-04-2015
Status: 
Afgerond
Budget: 
€ 80.000
Uitvoerder(s): 
PPO Bomen